ZHESM 61
Info over de motorwagen:

Tijdens de Berlin Industrial Exposition in 1879 presenteerde Siemens & Halske de eerste locomotief die met een reizigerstrein(tje) op stroom reed. De kleine locomotief reed met drie wagonnetjes met bezoekers rondjes van 300 meter. De locomotief haalde stroom uit een derde rail. Dit locomotiefje liet aan de wereld zien dat reizigerstreinen op stroom konden rijden en overal in de wereld begon men langzaam met de eerste elektrische trams, metro's of treinen te ontwikkelen. Elektrisch materieel heeft vele voordelen ten opzichte van stoomlocomotieven. Door de elektrische aandrijving stoten de treinen geen rook uit, waardoor de treinen veel minder stinken en veel stiller zijn. Daarnaast trekt elektrisch sneller op en zijn ze goedkoper dan stoomlocomotieven. Een stoomlocomotief moet uren van tevoren al worden opgestookt voordat de machine kan worden ingezet. Naast kolen en water kost dit ook veel loon voor het personeel. Ook waren voor een stoomloc altijd een machinist en een stoker nodig; op nieuwer materieel is een stoker niet meer nodig en het nieuwe materieel hoeft niet uren van tevoren al te worden klaargemaakt voor de dienst.

De Nederlandse minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid verleende in 1899 de concessie voor de aanleg en exploitatie van een spoorlijn van Rotterdam via Nootdorp naar Den Haag en Scheveningen aan N.J. Beversen en J. van Jeurn. Beide heren richtten hiervoor de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij (ZHESM) op. Beversen werd de hoofdingenieur van de ZHESM. De 'Hofpleinlijn' begon in Rotterdam Hofplein en ging via de stations Hillegersberg, Schiebroek, Rodenrijs, Berkel, Pijnacker, Nootdorp, 's Gravenweg, Voorburg-Leidschendam, Laan van NOI, Den Haag Hollands Spoor, Wassenaar, Renbaan, Pompstationsweg naar Scheveningen. In Den Haag zou de ZHESM gebruikmaken van het station van de HSM, het huidige station Den Haag HS. De 'Hofpleinlijn' werd de eerste spoorlijn in Nederland waarop elektrische treinen de dienst zouden uitvoeren. De Tweede Kamer vond een van de voordelen van de nieuwe spoorlijn tussen Den Haag en Rotterdam via Nootdorp dat de drukke spoorlijn van de HSM via Delft werd ontlast. Tussen 6 uur 's ochtends en 24 uur 's nachts reden over dat traject in 1902 32 treinen per richting. Dat is ongeveer één trein per halfuur, voor die tijd een erg drukke spoorlijn. Zowel de Staatsspoorwegen (SS) als de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij wilden graag op de nieuwe Hofpleinlijn rijden. De HSM besloot in augustus 1901, nog jaren voordat de ZHESM haar eerste trein reed, de meerderheid van de aandelen van de ZHESM te kopen om zo het monopolie op het treinverkeer tussen Den Haag en Rotterdam te houden.

In januari 1904 werd een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend om de grond te onteigenen die nodig is voor de aanleg van een spoorlijn van Rotterdam naar Den Haag en Scheveningen. Tussen 1904 en 1908 legde de ZHESM de eerste elektrische spoorlijn in Nederland aan. Het baanvak werd aangelegd met een maximale snelheid van 90 km/u. De ZHESM besloot om 10.000 volt wisselspanning te gebruiken voor haar treinen. Hiervoor bouwde de ZHESM zelf in Leidschemdam een energiecentrale. Naast dat de Hofpleinlijn de eerste elektrische lijn is, werd bij de bouw het eerste grote bouwwerk in Nederland gebouwd van gewapend beton. De 'Hefbogen' zijn een twee kilometer lang viaduct vlak voor het eindpunt Rotterdam Hofplein. Dit viaduct was bij zijn oplevering een van de grootste bouwwerken die gebouwd zijn met gewapend beton ter wereld. Het eerste deel van het traject van de ZHESM, Den Haag HS – Scheveningen, kwam op 1 mei 1907 in dienst. De diensten werden hier echter nog gereden door stoomtreinen van de HSM, doordat de elektrische installaties van het baanvak nog niet gereed waren en de elektrische treinen nog niet waren geleverd.

Voor de inzet op de geëlektrificeerde spoorlijn gaf de ZHESM fabrikant Beijnes te Haarlem de opdracht om 19 motorrijtuigen en negen tussenrijtuigen te bouwen. Het eerste motorrijtuig, de BC 1, werd begin 1908 geleverd. Er werden uitgebreid testritten gereden met de eerste elektrische trein in Nederland. Aan de hand van deze testen werden diverse aanpassingen aan de latere rijtuigen gedaan. Deze 18 motorwagens en negen tussenrijtuigen werden later in 1908 geleverd. De treinen bestonden uit een ijzeren onderstel met een houten frame daarop. Om elektriciteit uit de bovenleiding te halen, werden op de motorwagens twee stroomafnemers geplaatst. Er werden per motorwagen twee elektromotoren toegepast die de draaistellen aandreven. De elektrische installaties werden door het Duitse Siemens geleverd. De motorwagens hadden aan elke kant een cabine voor de wagenvoerder (de titel 'machinist' was enkel voor de machinisten van stoomtreinen). De wagenvoerder moest tijdens de rit altijd staan, uit angst dat hij door de simpelere bediening tijdens de rit in slaap zou vallen. Als de trein stilstond, had hij wel een houten klapzitje. Aan het uiterlijk van de treinen was goed te zien dat voornamelijk de rijke reizigers met de treinen van de ZHESM reisden. De Hofpleintreinen kregen een olijfgroen/crème-huisstijl met fraaie versieringen in de Jugendstil-stijl. Het interieur van de Hofpleintreinen was zeer luxe uitgevoerd. Het interieur bestond niet uit afgesloten coupés, maar uit grotere ruimtes met banken die vier of zes zitplaatsen boden, met daartussen een gang om door de rijtuigen te lopen. De treinen hadden tweede en derde klasse, maar geen eerste klasse. Vanwege de korte reistijd was er geen behoefte aan een eerste klasse. De tweede en derde klasse waren beide voorzien van de zeer fraaie decoratie in de Jugendstil-stijl. In de decoratie zijn de stadswapens terug te zien van een aantal plaatsen waar de ZHESM-treinen stopten. Dit zijn Rotterdam, Berkel en Rodenrijs, Nootdorp, Stompwijk, Voorburg en Den Haag. De derde klasse had nog wel houten banken, maar er waren wel fraaie leeslampen geplaatst. De tweede klasse had brede luxe banken die gevuld waren met zacht paardenhaar. De treinen hadden, hoewel ze zeer luxe waren ingericht, geen toiletten en bagageafdelingen. De Hofpleintreinen reden in vaste formaties: voor en achter een motorwagen met daartussen één of twee rijtuigen. Opvallend was dat de cabines met daarachter de tweede klasse veel kleiner zijn gemaakt en zijn weggewerkt dan de cabines met de derde klasse achter zich. Dit werd gedaan omdat de rijke reizigers in de tweede klasse de wagenvoerder het liefst niet wilden zien. Nederland was destijds een klassenmaatschappij, en de wagenvoerder behoorde tot een andere klasse dan de rijke reizigers.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

In 1908 nam de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij de ZHESM volledig over. Het volledige personeelsbestand van de ZHESM werd op 15 juli overgenomen door de HSM. Op 26 september 1908 reed de ZHESM met ongeveer 60 genodigden (politici uit het landelijke, provinciale en gemeentelijke bestuur en spoor- en tramautoriteiten) een proefrit vanuit Den Haag naar Rotterdam Hofplein. In Rotterdam werden kantoren, het restaurant en wachtkamers bezocht. Daarna reden de genodigden met de trein weer terug naar Den Haag. Op 1 oktober 1908 werd het traject Rotterdam Hofplein - Den Haag Hollands Spoor door de ZHESM in dienst genomen. Vanaf deze datum reden de eerste elektrische treinen in Nederland. De reistijd bedroeg toen 23 minuten. Door hun erg goede comfort zijn deze elektrische treinen van begin tot het einde van hun diensttijd erg geliefd bij de reizigers. Per 1 mei 1909 was het traject naar Scheveningen ook voorzien van de elektrische installaties voor het moderne materieel van de ZHESM en reden de elektrische treinen door naar het strand. In Den Haag werd ter hoogte van de Loolaan een knooppunt gebouwd, waardoor treinen vanuit Rotterdam ook rechtstreeks naar Scheveningen konden rijden. De reistijd vanuit Rotterdam Hofplein naar het strand was 36 minuten. Buiten de zomermaanden reden de meeste treinen niet door naar Scheveningen, maar keerden deze vanuit Den Haag weer terug naar Rotterdam. In de warme zomermaanden waren de treinen naar Scheveningen afgeladen vol met mensen die onderweg waren naar het strand. De schaars geklede mensen die onderweg waren naar het strand zorgden voor veel neerkijkende blikken en zorgen in de samenleving. In de zomers zaten er weinig mensen in de luxueuze tweede klasse. De paardenharen in de bekleding zaten met het warme weer vol met vlooien.

Hoewel de nieuwe revolutionaire ZHESM-treinen in veel opzichten beter waren dan de stoomtreinen, hadden ze in het begin het probleem dat de motoren zo warm werden dat ze op de eindpunten eerst een halfuurtje moesten afkoelen voordat de treinen aan de terugreis konden beginnen. Aangezien de nieuwe elektrische treinen een sensatie waren om te zien, bezochten veel mensen de spoorlijn om de elektrische treinen te zien rijden. Door de warmgelopen motoren en de hoge reizigersaantallen reden er vanaf het begin naast de elektrische treinen stoomtreinen van de HSM op de Hofpleinlijn. De ZHESM bestelde extra elektrisch materieel om in te zetten. In 1911 werden twee nieuwe motorrijtuigen geleverd. De HSM liet in 1912 acht rijtuigen, met de nummers C1101 t/m C1108, ombouwen om permanent op de Hofpleinlijn te rijden. In 1914 werden nog eens twee motorrijtuigen geleverd. Het totale materieelpark van de ZHESM bestond toen uit 23 motorrijtuigen en 17 tussenrijtuigen voor de elektrische treinen.

De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) en de Staatsspoorwegen (SS) waren bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) door eerdere fusies en het overnemen van de exploitatie van andere spoorbedrijven de grootste spoorvervoerders in Nederland. De bedrijven concurreerden hevig met elkaar, maar vanwege de oorlogsdreiging werden beide spoorbedrijven tijdens de oorlog onder militair gezag geplaatst. Vanwege de tekorten door de oorlog richten de HSM en SS per 1 januari 1917 een nieuw samenwerkingsverband op: de Nederlandsche Spoorwegen (NS). Onder het nieuwe samenwerkingsverband werkten de bedrijven nog beter samen. In 1921 werd al het spoorwegmaterieel omgenummerd naar nieuwe nummerschema's van de NS. Vanaf eind jaren '20 begon NS met het invoeren van haar eigen huisstijl op het materieel om zo de verschillende huisstijlen te vervangen. Er werd gekozen om alle treinen donkergroen te schilderen. NS koos voor een donkere kleur, zodat de treinen minder vies werden. Na de oorlog kregen de treinen en trams hevige concurrentie van bussen, personenauto's, fietsen en vrachtwagens. Andere kleinere, nog bestaande spoorbedrijven lieten vanwege de verliezen hun exploitatie overnemen door de NS. Per 1 januari 1938 werden alle vervoerders waarvan NS de exploitatie verzorgde geheel gefuseerd en was NS nog het enige spoorbedrijf dat op het hoofdspoor reed. Op de tram- en lokaallijnen reden nog wel andere bedrijven.

Na de oprichting van het samenwerkingsverband Nederlandsche Spoorwegen werkte NS hard om de dure stoomlocomotieven te vervangen. In de jaren '20 ontwikkelden de Nederlandsche Spoorwegen hun eerste elektrische treinen. NS koos niet voor de 10.000 volt wisselspanning die de Hofpleinlijn gebruikt, maar voor het stroomsysteem van 1500 volt gelijkstroom. Tussen 1923 en 1932 liet NS in totaal 261 rijtuigen bouwen van de serie Mat'24. De serie bestond uit 130 motorrijtuigen en 131 tussenrijtuigen. Het eerste traject dat de NS elektrificeerde was Amsterdam - Haarlem - Den Haag - Rotterdam. De ZHESM werd in 1923 volledig opgenomen in de HSM. Het materieel en de spoorlijn van de ZHESM werd in 1926 omgebouwd om net als de rest van het materieelpark en het spoor van NS op 1500 volt gelijkstroom te kunnen rijden. Tijdens de ombouw reden de Mat'24-treinen tijdelijk op de Hofpleinlijn. De ZHESM-treinen kregen nieuwe draaistellen, motoren en stroomafnemers. Sinds de ombouw hadden de Hofpleintreinen geen last meer van de oververhitte motoren. Tevens werd de olijfgroen/crème-huisstijl met fraaie versieringen in de Jugendstil-stijl, die de treinen bij de ZHESM kregen, aangepast naar de donkergroene huisstijl van NS, zonder de Jugendstil-stijl. Tijdens de ombouw kregen drie motorwagens een bagageafdeling, omdat dit door buitenlandse gasten die grote hutkoffers mee naar het strand namen toch nodig was. Twee compartimenten werden omgebouwd tot een bagageafdeling. De bagageafdelingen waren te herkennen aan de grote deur aan de zijkant van de motorwagens.

Nadat het Nederlandse vasteland op 5 mei 1945, en de Waddeneilanden op 11 juni, door de geallieerden waren bevrijd van de Duitsers begon de wederopbouw. Tijdens de oorlog waren vele huizen vernietigd, waardoor grote tekorten ontstonden. 120.000 woningen waren verwoest, waarvan bijna 90.000 onherstelbaar zijn beschadigd. Daarnaast hadden nog eens 390.000 huizen lichte schade opgelopen. Door de babyboom en Indische Nederlanders die na de Indonesische onafhankelijkheid naar Nederland kwamen, waren ook veel meer woningen nodig dan voor de oorlog. Het duurde tot ver in de jaren '60 om de grootste woningtekorten op te lossen. Maar tot die tijd woonden veel gezinnen in erbarmelijke omstandigheden. Door oorlogsschade was een groot deel van het materieel van de Nederlandsche Spoorwegen en andere spoorbedrijven niet meer in te zetten. De NS bestelde in de jaren na de oorlog erg veel materieel om haar materieelpark weer aan te sterken en de spoorwegen te moderniseren. NS wilde haar houten rijtuigen vervangen door stalen rijtuigen en op 16 juni 1956 reed de laatste NS-trein met houten rijtuigen. Houten rijtuigen zijn bij aanrijdingen onveiliger, omdat het hout veel minder sterk is, waardoor de rijtuigen volledig kunnen versplinteren. Tijdens de woningnood mocht het personeel van NS oude houten rijtuigen en goederenwagons overnemen voor eigen gebruik. Naast de NS verkochten ook andere spoorbedrijven hun oude rijtuigen en goederenwagons. Velen kozen ervoor om de rijtuigen om te bouwen tot woningen. Een aantal rijtuigen doet zelfs tot de dag van vandaag nog steeds dienst als woningen. In Zuid-Holland hebben wij in november 2025 een rijtuig gefotografeerd dat nog steeds dienstdoet als woning. De Stoomtrein Goes - Borsele heeft NS-rijtuig C7032 teruggebracht in de staat zoals het rijtuig bijna een halve eeuw als woning heeft gediend.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de Hofpleintreinen zwaar getroffen. De treinen waren zwaar beschadigd door het oorlogsgeweld of waren meegenomen naar het oosten. Een deel van de Hofpleintreinen werden als noodwoning gebruikt. Na de oorlog reed slechts nog één combinatie van een motorwagen en een stuurstandrijtuig een halfjaartje op de Hofpleinlijn. Na dit halfjaar nam moderner, gestroomlijnd materieel de dienst over. De laatste motorwagen, de oude ZHESM 6, werd niet gesloopt en heeft nog een tijd dienstgedaan als dienstwagen. De ZHESM 6 werd in 1957 opgenomen in de collectie van het Spoorwegmuseum en werd hij prachtig gerestaureerd.

De oude motorwagen ZHESM 61 werd tijdens de Tweede Wereldoorlog naar het oosten afgevoerd en werd door NS niet meer teruggevonden. Tijdens de Koude Oorlog stond de motorwagen in Oost-Duitsland, achter het IJzeren Gordijn. Er werd gedacht dat de motorwagen verloren was gegaan, zoals vele andere treinen die naar het oosten werden afgevoerd. Op 9 november 1989 viel de Berlijnse Muur en niet veel later viel de rest van het IJzeren Gordijn. Een oplettende Nederlandse treinliefhebber vond de motorwagen in 1992 in het Duitse Geestgottberg. Het bleek om de motorwagen ZHESM 61 te gaan; deze was in een zeer desolate toestand. Het Spoorwegmuseum kocht de motorwagen om hem te restaureren en als bijwagen bij zijn eigen ZHESM 6 te plaatsen. In Duitsland werd de 61 naar Klostermansfeld gebracht, later werd hij naar Helbra getransporteerd. Het museum zag later echter van het project af vanwege de kosten en doordat het zijn eigen ZHESM 6 al in bezit heeft. Jaren later ontstond het plan om het oude station Rotterdam Hofplein te restaureren en de ZHESM 61 als statisch object daar te plaatsen. De Stichting Hofpleintrein werd voor het project opgericht en kreeg de 61 in bruikleen van het Spoorwegmuseum. Op 2 maart 2018 maakte de stichting bekend genoeg geld bij elkaar gehaald te hebben voor het transport van de ZHESM-motorwagen terug naar Nederland. Op 19 juni 2019 werd de ZHESM 61, 75 jaar nadat de Duitsers hem meenamen, weer terug naar Nederland gebracht. De Stoom Stichting Nederland bood de Stichting Hofpleintrein onderdak en de 61 werd naar Rotterdam gebracht. Sindsdien werken de vrijwilligers van de Stichting Hofpleintrein en de SSN hard aan de restauratie van de ZHESM 61. Het rijtuig zal worden gerestaureerd in de staat zoals NS hem in 1926 na zijn verbouwing afleverde. De motorwagen was toen omgebouwd om op 1.500 volt gelijkstroom te kunnen rijden en hij had een bagageafdeling gekregen. De motorwagen zal bij het oude station Rotterdam Hofplein worden geplaatst, het begin- of eindpunt van de oude Hofpleinlijn. Bezoekers kunnen dan lezen over de geschiedenis van de Hofpleintreinen en het viaduct waar de trein zal staan.

De ZHESM 61 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de B-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Railerfgoed. De 61 heeft deze status gekregen omdat hij vroeger op de eerste elektrische spoorlijn in Nederland reed, en hij tijdens de Tweede Wereldoorlog naar het oosten werd afgevoerd.

 

Ook de mB 61 van Stichting Hofpleintrein was te zien. SSN Stoomtreindagen 2024,
6 oktober 2024. © TreinenInNederland.nl

 
 
De Hofpleintrein van de overkant gezien. 6 oktober 2024. © TreinenInNederland.nl
 
Het interieur van de ZHESM mB 61.6 oktober 2024. © TreinenInNederland.nl